De ontwerp-landsverordening telecommunicatie

Speech mr. Charluce Sandries, Bureau Telecommunicatie en Post
Symposium "Telecomrecht in beweging", 27 mei 2003

Minister van Verkeer en Vervoer, dames en heren,

Vanmiddag zal ik u een toelichting geven op de ontwerp-landsverordening telecommunicatie die momenteel bij de Staten van de Nederlandse Antillen ligt ter goedkeuring. Alvorens over te gaan op de behandeling van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zal ik allereerst ingaan op de beleidsuitgangspunten van de Regering in verband met de liberalisatie van de telecommunicatiemarkt in de Nederlandse Antillen. Deze beleidsuitgangspunten hebben immers gediend als grondslag bij het concipiëren van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie.

Huidige stand:
Toen met ingang van 1 januari 1996 de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 1995, no. 196) - verder aan te duiden als Ltv - in werking trad, was al min of meer voorzienbaar dat gelet op de ontwikkelingen in de telecommunicatiesector ten minste een aantal uitgangspunten van de Ltv geen lang leven zou zijn beschoren. In verband hiermee is op basis van de Ltv afgegeven en met ingang van 1 januari 1996 geldende concessies voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van vaste telecommunicatie-infrastructuur dan ook expliciet opgenomen dat deze slechts gedurende een periode van 5 jaar een alleenrecht in het toegekende verzorgingsgebied toekwam. De reden daarvoor was gelegen in de verwachting dat de concessiehouders die van oudsher overheidsbedrijven waren, zich gedurende een periode van 5 jaar konden voorbereiden op de komst van concurrentie in een geliberaliseerde markt.

In de wereld van de telecommunicatie en daaromheen hebben zich in recente jaren dermate veel ontwikkelingen voorgedaan dat het, mede tegen de achtergrond van het aflopen van de monopolies met ingang van 1 januari 2001, wenselijk werd geacht het telecommunicatiebeleid in de Nederlandse Antillen te heroverwegen. Teneinde zulks in samenspraak met alle betrokkenen te doen geschieden heeft de toenmalige Minister van Verkeer en Vervoer in juli 2000 de beleidsnota "Liberalisatie telecommunicatie op de Nederlandse Antillen", voorbereid door het Bureau Telecommunicatie en Post, het licht doen zien en ter bestudering en om commentaar gezonden aan de bestuurscolleges van de onderscheiden eilandgebieden, aan de houders van een concessie en aan overige geïnteresseerde partijen werkzaam in de telecommunicatiesector in de Nederlandse Antillen. In genoemd document worden de hoofdlijnen aangegeven van het nieuwe Nederlands-Antilliaanse telecommunicatiebeleid in een geliberaliseerde telecommunicatiemarkt als uitgangspunt voor de herziening van de telecommunicatiewetgeving.

De noodzaak tot herziening van de met ingang van 1 januari 1996 in werking getreden telecommunicatiewetgeving is geboden vanwege de ontwikkelingen die zich zowel op nationaal als internationaal niveau op het gebied van de telecommunicatie en de aanpalende gebieden hebben voorgedaan en nog steeds voordoen. Gewezen wordt hierbij vooral op:

  1. de snelle ontwikkelingen van de laatste jaren zowel wat betreft de toename van capaciteit en kwaliteit van telecommunicatienetwerken als ter zake van de informatietechnologie waardoor de uitwisseling van grote stromen gegevens mogelijk werden;
  2. tal van nieuwe toepassingen voor bedrijven en particulieren die de even geschetste ontwikkelingen mogelijk maken en die belangrijke effecten kunnen hebben op de productiviteit en de economische groei;
  3. de Nederlands-Antilliaanse rechtspraak op het gebied van het telecommunicatierecht en de interpretatie van de rechter inzake de reikwijdte van de artikelen 8 en 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), waardoor een bres geschoten is in het vigerende monopoliestelsel van de Ltv. Verwezen wordt naar de vonnissen Hans Els e.a. vs Antelecom N.V., Polycom N.V. vs Openbare rechtspersoon Ned. Antillen en Global Communications Networks N.V. vs Antelecom N.V.;
  4. de internationale tendensen tot (verdere) liberalisering van de telecommunicatiemarkt tot uitdrukking komend in het toelaten van concurrentie alsmede de richtlijnen voor het slechten van allerlei handelsbarrières in het WTO-verdrag (World Trade Organization).

Beleidsuitgangspunten:

De beleidsnota " Liberalisatie telecommunicatie in de Nederlandse Antillen" bevat de hierna volgende doelstellingen:

  1. Het versterken van de concurrentiepositie van de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden en het bevorderen van economische en maatschappelijke ontwikkelingen (bv. onderwijs, werkgelegenheid);
  2. Het bevorderen van een hoogwaardige kwaliteit en de toegankelijkheid van de telecommunicatienetwerken;
  3. Het bewaken van de maatschappelijke belangen bij de toegang tot en het gebruik van telecommunicatievoorzieningen.

Met deze doelstellingen wordt beoogd:

  • het stimuleren van nieuwe initiatieven en marktontwikkelingen en tegelijkertijd het waarborgen van een gewichtige ontwikkeling in het kader van de economische belangen;
  • dat de burger eveneens van de ontwikkelingen kan meeprofiteren, maar in ieder geval niet verstoken raakt van de communicatiemiddelen die inmiddels tot het gemeengoed van de samenleving zijn gaan behoren.
    Ik roep hierbij het motto van de Wereldtelecommunicatiedag
    ("helping all the world's people to communicate") die we net achter ons hebben in herinnering.

Dames en heren,

In het tweede deel van mijn presentatie zal ik ingaan op de ontwerp-landsverordening telecommunicatie.

De opzet van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie

De ontwerp-landsverordening telecommunicatie kan worden aangemerkt als een raamwet dat wil zeggen het ontwerp bevat de hoofdlijnen van het nieuwe telecommunicatierecht en zijn veel bevoegdheden opgedragen aan de Minister van V&V. Deze vorm van wetgeving leidt tot een flexibel stelsel van wet- en regelgeving dat relatief snel kan worden aangepast.

In de opbouw van de ontwerp-Landsverordening telecommunicatie zijn de volgende hoofdonderdelen in de structuur te onderkennen:

1. algemene bepalingen;
2. toetreding tot de markt;
3. regels voor marktgedrag;
4. maatschappelijke belangen;
5. overige onderwerpen.

Algemene bepalingen

Het eerste hoofdstuk bevat een uitgebreide begrippenlijst aangezien het begrippenapparaat dat wordt gebezigd in de ontwerp-landsverordening telecommunicatie vaak technisch georiënteerd is en de betekenis ten opzichte van het gangbare spraakgebruik niet van zelfsprekend duidelijk is.

Toetreding tot de markt

Verwezen wordt naar de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. De aangehaalde hoofdstukken hebben betrekking op:

- de vergunning en registraties;
- het frequentiebeleid- en beheer;
- het nummerbeleid en -beheer; en
- de gedoogplicht voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels.

Voor de toetreding tot de markt gelden twee algemene principes:

  • de toetreding is in beginsel vrij; wel zullen de aanbieders moeten voldoen aan een aantal algemene beginselen en kunnen aan bepaalde aanbieders bijzondere verplichtingen worden opgelegd;
  • het aantal aanbieders van telecommunicatiediensten en -infrastructuur zal niet op voorhand beperkt worden; wel kan schaarste aan bijvoorbeeld frequenties leiden tot een feitelijke beperking van het aantal aanbieders.

In de ontwerp-landsverordening telecommunicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten. Daarbij heeft de Regering als verplichting gesteld dat er een vergunningplicht geldt voor de aanbieders van telecommunicatienetwerken en een registratieplicht voor de aanbieders van telecommunicatiediensten.

Vergunningen

Voor wat betreft de vergunningen stelt de Regering zich op het standpunt dat, gezien het uitgangspunt van zoveel mogelijk vrije toetreding tot de markt, het vergunningsinstrument terughoudend gehanteerd dient te worden en uitsluitend moet worden toegepast waar dit strikt noodzakelijk is. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met het continue beschikbaar zijn van een kwalitatief goed telecommunicatienetwerk, wordt een vergunning vereist voor het aanleggen en aanbieden van een openbaar telecommunicatienetwerk, een omroepnetwerk en een omroepzendernetwerk. Met het oog op die continuïteit en beschikbaarheid wordt voorafgaande aan de start van activiteiten in de telecommunicatiemarkt, door het stellen van technische - en kwaliteitseisen beoordeeld of de verwachting gewettigd is dat een onderneming naar behoren zal kunnen voldoen aan de verplichtingen die krachtens de landsverordening aan het verrichten van de beoogde activiteiten in de markt verbonden zijn. In het belang van de gebruikers van de telecommunicatie zullen de bedrijven daarop vervolgens ook regelmatig getoetst worden.

Registratie

Voor diverse andere activiteiten als het aanbieden van telecommunicatiediensten (o.a. telefonie, datadiensten, internet), van een systeem van voorwaardelijke toegang (decodeerapparaat voor de ontvangst van programma's) en het verhandelen van randapparaten, radiozend- en ontvangapparaten (o.a. telefoontoestellen, VSAT), acht de Regering echter onvoldoende redenen aanwezig om een vergunning te vereisen.
In de ontwerp-landsverordening telecommunicatie wordt in afdoende mate aangegeven welke rechten en plichten van kracht zijn met betrekking tot de activiteiten in de markt en voor welke marktpartijen deze van toepassing zijn. Er zijn tevens voldoende instrumenten aanwezig om te kunnen ingrijpen indien marktpartijen zich niet aan hun verplichtingen zouden houden. Daarom wordt met registratie volstaan. Wel zullen, zoals nu in de binnenkort in te dienen nota van wijziging is opgenomen, dienstaanbieders in het belang van de gebruikers van de telecommunicatievoorzieningen regelmatig moeten rapporteren. Hierdoor beschikt de Minister als beleidsverantwoordelijke over mogelijkheden om indien nodig het beleid bij te sturen.


Frequentiebeleid en frequentiebeheer

De doelstelling van het frequentiebeleid is: " het bevorderen van een zodanig gebruik van het frequentiespectrum dat een adequate bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke, economische en culturele belangen in de Nederlandse Antillen onder waarborging van de veiligheid van de staat, met inachtneming van de internationale verplichtingen die de Nederlandse Antillen heeft".

Het Frequentiebeleid en frequentiebeheer zijn belangrijke taken die zijn voorbehouden aan de overheid. Hieraan liggen een aantal redenen ten grondslag:

  • allereerst zijn radiogolven grensoverschrijdend. Vanuit een oogpunt van comptabiliteit van diensten is internationale coördinatie geboden om interferentie te voorkomen of tenminste te minimaliseren;
  • frequenties zijn schaars. Deze schaarste maakt toewijzing van het gebruik van frequenties noodzakelijk. Een taak die de overheid gezien de grote belangen die daarmee gemoeid zijn zelf wenst te behartigen.

In verband met het voorgaande stelt de Regering een nationaal frequentieplan vast. In dit plan is per frequentieband onder meer aangegeven voor welke categorieën van gebruik de frequenties dienen te worden aangewend en op welke wijze de betreffende frequenties worden toegewezen.

In het (concept) frequentieplan worden vier gebruikscategorieën onderscheiden:

  1. zakelijk gebruik ( het gebruik van frequenties met als oogmerk een financieel gewin, zoals gebruik voor eigen bedrijfsdoeleinden of door derden);
  2. vitale overheidstaken (de inzet van frequenties voor de uitvoering van taken op het gebied van defensie, openbare orde en veiligheid);
  3. omroep, (frequentiegebruik ten behoeve van radio en televisie) en
  4. divers gebruik (restcategorie o.a. afstandbedienbare hekken, modelauto's, radioamateurs).

Ingeval van schaarste aan frequenties kan de Minister V &V handelende in overeenstemming met de gevoelens van de Raad van Ministers gebruik maken van verschillende selectiemechanismen bij de verdeling van de beschikbare frequenties. Deze selectiemechanismen zijn:

- volgorde van binnenkomst van de aanvragen;
- vergelijkende toets, al niet met inbegrip van een financieel bod;
- loting na een vergelijkende toets;
- een veiling;
- vergelijkende toets en een veiling.


Nummerbeleid en nummerbeheer

Een ander onderwerp waarbij verdeling en ordening door de overheid aan de orde is, betreft de toewijzing van nummers ten behoeve van het gebruik van openbare telecommunicatiediensten. Nummers dienen ter identificatie van zowel de gebruikers als de diensten ( bijvoorbeeld mobiele- of lokale nummers) en ook ter identificatie van de betrokken aanbieders (carrier selectienummers). Ook hier geldt dat de Regering, op basis van internationale afspraken en nationaal beleid, een nummerplan vaststelt voor het gebruik van diverse categorieën van nummers ten behoeve van onderscheiden openbare telecommunicatiediensten.

Gedoogplicht voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels

Een onderwerp dat eveneens van belang is in het kader van de toetreding tot de markt betreft de specifieke regels die gelden voor de aanleg van kabels en dergelijke in en op openbare en niet-openbare gronden. In de ontwerp-landsverordening worden o.a. regels gesteld ten aanzien van:

  • de reikwijdte van de graafrechten (de gedoogplicht van grondeigenaren);
  • schadevergoeding (de gedoogplichtige wordt een recht verleend op schadevergoeding van schade verband houdende met de gedoogplicht);
  • coördinatie (de coördinatie van de graafwerkzaamheden ligt in handen van het bestuurscollege);
  • geschillenbeslechting (bij een geschil tussen de graafgerechtigde en gedoogplichtige kan de Minister van V&V om bemiddeling worden gevraagd).

Regels voor marktgedrag

Verwezen wordt naar de hoofdstukken 6 tot en met 8 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie.

Voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten geldt de verplichting te voldoen aan:

  • algemene regels gesteld ter waarborging van de beschikbaarheid en kwaliteit van bepaalde vormen van dienstverlening, en
  • de specifieke regels die voor een belangrijk deel tot doel hebben om de marktwerking in de telecommunicatiesector te stimuleren.

De noodzaak voor deze specifieke regels (voor marktgedrag) vloeit voort uit het feit dat de marktverhoudingen in de telecommunicatiemarkt dermate imperfect zijn vanwege het in het verleden slechts beperkt door de overheid toestaan van concurrentie (monopoliepositie van de telecommunicatiebedrijven gedurende vijf jaar). Daarom zijn specifieke regels nodig die meer normale marktverhoudingen bevorderen. Deze specifieke regels betreffen onder meer:

  • Interconnectie en bijzondere toegang tot openbare telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten;
  • Aanmerkelijke macht op de markt, en
  • Open netwerk voorzieningen met de daaraan verbonden verplichtingen

Interconnectie en bijzondere toegang tot openbare telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten

De ontwerp-landsverordening telecommunicatie verplicht de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten de door hen gebruikte netwerken te koppelen. Het koppelen van de telecommunicatienetwerken wordt aangeduid als interconnectie. Interconnectie beoogt de interoperabiliteit tussen openbare telecommunicatienetwerken te bewerkstelligen. Door interconnectie kunnen de klanten van verschillende netwerken elkaar over en weer bereiken. Doordat interoperabiliteit tussen netwerken wordt gewaarborgd, wordt de in het kader van een geliberaliseerde markt wenselijke concurrentie tussen aanbieders van netwerken en aanbieders van diensten mogelijk.

Bij bijzondere toegang is niet noodzakelijkerwijs sprake van de koppeling van netwerken; veeleer betreft het de toegang van een aanbieder op het netwerk van een ander op specifiek netwerkaansluitpunten voor het aanbieden van bepaalde diensten.
Een voorbeeld van bijzondere toegang is de zogenaamde carrier selectie.

Aanmerkelijke macht op de markt

In een aantal onderdelen van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie wordt bepaald dat verplichtingen van toepassing zijn op marktpartijen die over een aanmerkelijke macht op de markt beschikken.
In navolging van de WTO-clausule en het voorstel van de Independent Regulators Group (IRG) is hier ter lande er voor gekozen om de grens voor aanmerkelijke macht bij 30% te leggen.

De partij die 30% marktaandeel op de relevante product- of dienstenmarkt heeft, wordt aangemerkt als partij met aanmerkelijke marktmacht.

Bij het aanwijzen van de partij met een aanmerkelijke marktmacht moet rekening gehouden worden met:

  • het vermogen van de organisatie om de marktvoorwaarden te beïnvloeden,
  • de omzet in verhouding tot de omvang van de markt,
  • de beheersing van de middelen van toegang tot eindgebruikers,
  • de toegang tot financiële middelen, en
  • de ervaring met betrekking tot het verstrekken van producten en diensten op de markt.

Voor aanbieders met een aanmerkelijke marktmacht gelden extra verplichtingen met name op het gebied van de interconnectie en de open netwerk voorzieningen. Deze extra verplichtingen brengen met zich mee dat de partij met een aanmerkelijke marktmacht op basis van non-discriminatie, transparantie en kostenoriëntatie zijn interconnectietarieven aanbiedt aan de andere netwerkaanbieders.

Open netwerk voorzieningen- verplichtingen, telefonie en huurlijnen

Het concept van de ONV, is erop gericht om de asymmetrische verhouding tussen de verschillende aanbieders te corrigeren (dit als gevolg van de monopolistische situatie die lange tijd heeft bestaan). Met de ONV wordt bovendien de harmonisatie van de voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van de openbare telecommunicatienetwerken en -diensten nagestreefd.

De ONV-verplichtingen hebben in ieder geval betrekking hebben op:

  • de algemene voorwaarden en informatieplicht jegens gebruikers (wachttijd bij eerste aansluiting, de soorten onderhoudsdiensten);
  • kwaliteit van het netwerk of de aangeboden diensten
    ( rapportage aan de Minister);
  • faciliteiten (nummeridentificatie, op verzoek gespecificeerde telefoonrekeningen, carrier select, kosteloos gebruik oproepnummers hulpdiensten);
  • eindgebruikertarieven (kostengeoriënteerde tarieven), en
  • toegang (voldoen aan redelijke verzoeken om toegang ).

Maatschappelijke belangen

In een telecommunicatiemarkt die in vergaande mate geliberaliseerd is en waarin op alle onderdelen concurrentie kan ontstaan, is het van belang om regels te stellen op grond waarvan een aantal aspecten van algemeen maatschappelijk belang zeker wordt gesteld. Deze aspecten betreffen:

1. de universele dienstverlening
2. bescherming van de persoonlijke levenssfeer van gebruikers
3. geschillenbeslechting
4. de staatsveiligheid en de openbare orde

De genoemde onderwerpen zijn terug te vinden in de hoofdstukken 9,11,12 en 13 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie.

Universele dienstverlening.
Met de Universele dienstverlening wordt beoogd dat bepaalde basisvoorzieningen van telecommunicatie voor iedere burger tegen redelijke tarieven beschikbaar zijn. De ontwerp-landsverordening telecommunicatie voorziet hiermee in een zogenaamde "vangnetconstructie". Als naar het oordeel van de Minister V&V de adequate voorziening in het basispakket aan diensten en voorzieningen niet door het functioneren van de markt wordt of zal kunnen worden gegarandeerd kan de Minister de verzorging van de betreffende dienst of voorziening voor een bepaald verzorgingsgebied en voor ten hoogste vijf jaar opdragen aan één van de marktpartijen.

Het pakket van de universele dienstverlening omvat de volgende diensten en voorzieningen:

  • een aansluiting op het vaste openbare telefoonnetwerk en toegang tot de vaste openbare telefoondienst;
  • openbare betaaltelefoons;
  • telefoongidsen;
  • een abonnee-informatiedienst

Ter compensatie van de nettokosten verbonden aan de invulling van een opdracht tot universele dienstverlening zijn alle aanbieders van diensten naar rato van hun omzet een bijdrage verschuldigd.

Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer.
Het behoeft nauwelijks betoog dat een regeling van de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer op het terrein van de telecommunicatie noodzakelijk is. De kwaliteit van telecommunicatienetwerken en -diensten wordt immers in sterke mate mede bepaald door de omstandigheid dat de vertrouwelijkheid bij het gebruik van deze netwerken en diensten is gewaarborgd.
In artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zijn regels opgenomen die de wetgever verplichten om toegestane inbreuken op de persoonlijke levenssfeer wettelijk te regelen. Gelet op het gewicht van een dergelijke inbreuk wordt in het algemeen voor inbreuk een grondslag in een wet in formele zin (bij landsverordening dus) geëist.

Teneinde te bewerkstelligen dat abonnees en gebruikers van telecommunicatienetwerken en -diensten in ieder geval steeds op een bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens aanspraak kunnen maken, wordt een algemene zorgplicht gelegd op de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten.
De zorgplicht betreft de rechten van abonnees, zoals:

  1. verkeersgegevens (bij beëindiging van iedere oproep worden de verwerkte verkeersgegevens verwijderd of geanonimiseerd)
  2. vermelding in de telefoongids en abonneebestand (slechts persoonsgegevens noodzakelijk om de abonnee te kunnen identificeren en het op verzoek een geheim telefoonnummer toewijzen)
  3. oproepsystemen ( het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst slechts is toegestaan in geval van toestemming van de abonnee)
  4. nummeridentificatie (Calling Line Identification (atami) met de mogelijkheid tot blokkering. Met uitzondering van de alarmnummers).

Geschillenbeslechting
Om een gemakkelijk toegankelijke voorziening te hebben voor de consument van telecommunicatiediensten ter beslechting van contractuele geschillen met zijn telecommunicatiedienstverlener zal een geschillencommissie in het leven worden geroepen door de Minister van V&V.
Het werkgebied van de geschillencommissie beperkt zich tot contractuele geschillen tussen aanbieders van telefoondiensten en natuurlijke personen die uitsluitend of hoofdzakelijk anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelen.
Voor de volledigheid zij er nog op gewezen dat contractanten niet verplicht zijn van deze geschillenregeling gebruik te maken, maar dat de betrokken partijen dit onderling wel kunnen overeenkomen. In de Staatsregeling is immers het beginsel vastgelegd dat niemand kan worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent. De burgerlijke rechter blijft derhalve te allen tijde bevoegd om dergelijke geschillen te behandelen.

Een laatste aspect van maatschappelijk belang betreft de specifieke vereisten vanuit de staatsveiligheid en de openbare orde. Het gaat om de noodzaak voor de bevoegde autoriteiten om te kunnen blijven beschikken over de mogelijkheid om telecommunicatievoorzieningen af te kunnen tappen in het kader van bestrijding van de criminaliteit en bescherming van de staatsveiligheid. Ook in de geliberaliseerde telecommunicatiemarkt moet het bevoegd aftappen als middel van opsporing veilig worden gesteld. Het centrale uitgangspunt is daarbij dat alle telecommunicatienetwerken en -diensten, welke bestemd en toegankelijk zijn voor het algemene publiek vanaf het moment van introductie aftapbaar zijn. In het belang van de staatsveiligheid of handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde is de aftapverplichting van overeenkomstige toepassing op aanbieders van niet-openbare telecommunicatienetwerken en diensten of aanbieders van huurlijnen indien deze feitelijke openstaat voor derden.
Verder bestaat uiteraard de noodzaak ook in buitengewone omstandigheden en crisissituaties te waarborgen dat de telecommunicatie op essentiële onderdelen blijft functioneren.

Overige onderwerpen

Randapparatuur, radiozendapparatuur en overige apparaten

In hoofdstuk 10 zijn de algemene regels gesteld ten aanzien van randapparatuur, radiozendapparatuur en overige apparaten moeten voldoen, zulks ter voorkoming van storingen en ter verzekering dat de verschillende (rand)apparaten kunnen worden aangesloten op de in de Nederlandse Antillen aanwezige netwerken.
In verband hiermee zullen in beginsel slechts producten voorzien van een CE- of FCC-merkteken (onderscheidenlijk in een der landen van de Europese Gemeenschap of de Verenigde Staten gecertificeerd zijn ) worden toegelaten.

Vergoedingen

Het stelsel van vergoedingen zoals dat was geregeld bij en krachtens de Ltv wordt in de onderhavige ontwerp-landsverordening zoveel mogelijk, rekening houdende met de gewijzigde uitgangspunten van dit ontwerp, gecontinueerd.

Toezicht

De bevoegdheden tot toezicht op de naleving van de diverse bepalingen in de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zijn goeddeels geheel aan de Minister van V&V toebedeeld. De Minister wordt bij de uitvoering van de werkzaamheden ondersteund door het Bureau Telecommunicatie en Post.
In deze constructie zou verandering kunnen komen indien een Regulatory board, nadat het instituut van zelfstandig bestuursorgaan in onze wetgeving is geïntroduceerd, wordt ingesteld waaraan bepaalde taken op het terrein van de telecommunicatie worden opgedragen.

Handhaving

Voor het optimaal functioneren van de telecommunicatiesector in de Nederlandse Antillen is een doeltreffende handhaving van de desbetreffende wetgeving van cruciaal belang. Onder handhaving wordt in dit verband verstaan het door controle en het toepassen van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen bereiken dat de algemeen en individueel geldende rechtsregels en voorschriften worden nageleefd.
De handhavinginstrumenten die de Minister ter beschikking staan zijn:

  • bestuursdwang (de Minister de bevoegdheid heeft tot het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met de landsverordening is wordt gedaan, gehouden of nagelaten);
  • last onder dwangsom (de Minister kan een dwangsom opleggen voor elke dag dat de overtreding voortduurt. De dwangsom wordt per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld);
  • bestuurlijke boete (geldboete van ten hoogste één miljoen gulden).

Naast de bestuurlijke rechtshandhaving kent de ontwerp-landsverordening telecommunicatie de strafrechtelijke vervolging.

Tot slot

Dames en heren, ik rond af met te constateren dat de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen niet geschikt zijn om het huidige telecommunicatiebeleid van de Regering dat gericht is op de liberalisatie van de telecommunicatiemarkt te reguleren. Hetgeen opvalt is dat in de afgelopen drie jaar het aantal gerechtelijke procedures in de telecommunicatiesector is toegenomen o.a. als gevolg van het feit dat partijen (de overheid en concessiehouders) ieder een eigen interpretatie geven aan de huidige telecommunicatiewetgeving en de wetgeving onvoldoende wettelijke grondslag biedt om te komen met passende richtlijnen ter regulering van de markt.

Naar mijn mening is de telecommunicatiemarkt op de Nederlandse Antillen er gebaat bij dat de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zo spoedig mogelijk inwerking treedt. De ontwerp-landsverordening telecommunicatie voorziet in:

  • voldoende mate aan regels die er toe dienen om de toegang tot de markt te vergemakkelijken maar tegelijkertijd zorg te dragen dat serieuze investeerders de markt betreden, daarbij worden duidelijke voorwaarden en kwaliteitseisen gesteld aan de aanvrager,
  • een eerlijke verdeling en ordening van de frequenties en nummers wordt gegarandeerd door het vaststellen van een frequentieplan en nummerplan,
  • de opheffing van de imperfecte verhoudingen als gevolg van het monopolistische verleden door de introductie van specifieke regels, en
  • de garantie van maatschappelijke belangen.

Ik dank u voor uw getoonde aandacht.