De ontwerp-landsverordening telecommunicatie Speech mr. Charluce Sandries, Bureau Telecommunicatie
en Post Minister van Verkeer en Vervoer, dames en heren, Vanmiddag zal ik u een toelichting geven op de ontwerp-landsverordening telecommunicatie die momenteel bij de Staten van de Nederlandse Antillen ligt ter goedkeuring. Alvorens over te gaan op de behandeling van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zal ik allereerst ingaan op de beleidsuitgangspunten van de Regering in verband met de liberalisatie van de telecommunicatiemarkt in de Nederlandse Antillen. Deze beleidsuitgangspunten hebben immers gediend als grondslag bij het concipiëren van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. Huidige stand: In de wereld van de telecommunicatie en daaromheen hebben zich in recente jaren dermate veel ontwikkelingen voorgedaan dat het, mede tegen de achtergrond van het aflopen van de monopolies met ingang van 1 januari 2001, wenselijk werd geacht het telecommunicatiebeleid in de Nederlandse Antillen te heroverwegen. Teneinde zulks in samenspraak met alle betrokkenen te doen geschieden heeft de toenmalige Minister van Verkeer en Vervoer in juli 2000 de beleidsnota "Liberalisatie telecommunicatie op de Nederlandse Antillen", voorbereid door het Bureau Telecommunicatie en Post, het licht doen zien en ter bestudering en om commentaar gezonden aan de bestuurscolleges van de onderscheiden eilandgebieden, aan de houders van een concessie en aan overige geïnteresseerde partijen werkzaam in de telecommunicatiesector in de Nederlandse Antillen. In genoemd document worden de hoofdlijnen aangegeven van het nieuwe Nederlands-Antilliaanse telecommunicatiebeleid in een geliberaliseerde telecommunicatiemarkt als uitgangspunt voor de herziening van de telecommunicatiewetgeving. De noodzaak tot herziening van de met ingang van 1 januari 1996 in werking getreden telecommunicatiewetgeving is geboden vanwege de ontwikkelingen die zich zowel op nationaal als internationaal niveau op het gebied van de telecommunicatie en de aanpalende gebieden hebben voorgedaan en nog steeds voordoen. Gewezen wordt hierbij vooral op:
Beleidsuitgangspunten: De beleidsnota " Liberalisatie telecommunicatie in de Nederlandse Antillen" bevat de hierna volgende doelstellingen:
Met deze doelstellingen wordt beoogd:
Dames en heren, In het tweede deel van mijn presentatie zal ik ingaan op de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. De opzet van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie De ontwerp-landsverordening telecommunicatie kan worden aangemerkt als een raamwet dat wil zeggen het ontwerp bevat de hoofdlijnen van het nieuwe telecommunicatierecht en zijn veel bevoegdheden opgedragen aan de Minister van V&V. Deze vorm van wetgeving leidt tot een flexibel stelsel van wet- en regelgeving dat relatief snel kan worden aangepast. In de opbouw van de ontwerp-Landsverordening telecommunicatie zijn de volgende hoofdonderdelen in de structuur te onderkennen: 1. algemene bepalingen; Algemene bepalingen Het eerste hoofdstuk bevat een uitgebreide begrippenlijst aangezien het
begrippenapparaat dat wordt gebezigd in de ontwerp-landsverordening telecommunicatie
vaak technisch georiënteerd is en de betekenis ten opzichte van het
gangbare spraakgebruik niet van zelfsprekend duidelijk is. Toetreding tot de markt Verwezen wordt naar de hoofdstukken 2 tot en met 5 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. De aangehaalde hoofdstukken hebben betrekking op: - de vergunning en registraties; Voor de toetreding tot de markt gelden twee algemene principes:
In de ontwerp-landsverordening telecommunicatie wordt onderscheid gemaakt
tussen de telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten. Daarbij
heeft de Regering als verplichting gesteld dat er een vergunningplicht
geldt voor de aanbieders van telecommunicatienetwerken en een registratieplicht
voor de aanbieders van telecommunicatiediensten. Vergunningen Voor wat betreft de vergunningen stelt de Regering zich op het standpunt
dat, gezien het uitgangspunt van zoveel mogelijk vrije toetreding tot
de markt, het vergunningsinstrument terughoudend gehanteerd dient te worden
en uitsluitend moet worden toegepast waar dit strikt noodzakelijk is.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met het continue beschikbaar
zijn van een kwalitatief goed telecommunicatienetwerk, wordt een vergunning
vereist voor het aanleggen en aanbieden van een openbaar telecommunicatienetwerk,
een omroepnetwerk en een omroepzendernetwerk. Met het oog op die continuïteit
en beschikbaarheid wordt voorafgaande aan de start van activiteiten in
de telecommunicatiemarkt, door het stellen van technische - en kwaliteitseisen
beoordeeld of de verwachting gewettigd is dat een onderneming naar behoren
zal kunnen voldoen aan de verplichtingen die krachtens de landsverordening
aan het verrichten van de beoogde activiteiten in de markt verbonden zijn.
In het belang van de gebruikers van de telecommunicatie zullen de bedrijven
daarop vervolgens ook regelmatig getoetst worden. Registratie Voor diverse andere activiteiten als het aanbieden van telecommunicatiediensten
(o.a. telefonie, datadiensten, internet), van een systeem van voorwaardelijke
toegang (decodeerapparaat voor de ontvangst van programma's) en het verhandelen
van randapparaten, radiozend- en ontvangapparaten (o.a. telefoontoestellen,
VSAT), acht de Regering echter onvoldoende redenen aanwezig om een vergunning
te vereisen.
De doelstelling van het frequentiebeleid is: " het bevorderen van een zodanig gebruik van het frequentiespectrum dat een adequate bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke, economische en culturele belangen in de Nederlandse Antillen onder waarborging van de veiligheid van de staat, met inachtneming van de internationale verplichtingen die de Nederlandse Antillen heeft". Het Frequentiebeleid en frequentiebeheer zijn belangrijke taken die zijn voorbehouden aan de overheid. Hieraan liggen een aantal redenen ten grondslag:
In verband met het voorgaande stelt de Regering een nationaal frequentieplan vast. In dit plan is per frequentieband onder meer aangegeven voor welke categorieën van gebruik de frequenties dienen te worden aangewend en op welke wijze de betreffende frequenties worden toegewezen. In het (concept) frequentieplan worden vier gebruikscategorieën onderscheiden:
Ingeval van schaarste aan frequenties kan de Minister V &V handelende in overeenstemming met de gevoelens van de Raad van Ministers gebruik maken van verschillende selectiemechanismen bij de verdeling van de beschikbare frequenties. Deze selectiemechanismen zijn: - volgorde van binnenkomst van de aanvragen;
Een ander onderwerp waarbij verdeling en ordening door de overheid aan
de orde is, betreft de toewijzing van nummers ten behoeve van het gebruik
van openbare telecommunicatiediensten. Nummers dienen ter identificatie
van zowel de gebruikers als de diensten ( bijvoorbeeld mobiele- of lokale
nummers) en ook ter identificatie van de betrokken aanbieders (carrier
selectienummers). Ook hier geldt dat de Regering, op basis van internationale
afspraken en nationaal beleid, een nummerplan vaststelt voor het gebruik
van diverse categorieën van nummers ten behoeve van onderscheiden
openbare telecommunicatiediensten. Gedoogplicht voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels Een onderwerp dat eveneens van belang is in het kader van de toetreding tot de markt betreft de specifieke regels die gelden voor de aanleg van kabels en dergelijke in en op openbare en niet-openbare gronden. In de ontwerp-landsverordening worden o.a. regels gesteld ten aanzien van:
Regels voor marktgedrag Verwezen wordt naar de hoofdstukken 6 tot en met 8 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. Voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten geldt de verplichting te voldoen aan:
De noodzaak voor deze specifieke regels (voor marktgedrag) vloeit voort uit het feit dat de marktverhoudingen in de telecommunicatiemarkt dermate imperfect zijn vanwege het in het verleden slechts beperkt door de overheid toestaan van concurrentie (monopoliepositie van de telecommunicatiebedrijven gedurende vijf jaar). Daarom zijn specifieke regels nodig die meer normale marktverhoudingen bevorderen. Deze specifieke regels betreffen onder meer:
Interconnectie en bijzondere toegang tot openbare telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten De ontwerp-landsverordening telecommunicatie verplicht de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten de door hen gebruikte netwerken te koppelen. Het koppelen van de telecommunicatienetwerken wordt aangeduid als interconnectie. Interconnectie beoogt de interoperabiliteit tussen openbare telecommunicatienetwerken te bewerkstelligen. Door interconnectie kunnen de klanten van verschillende netwerken elkaar over en weer bereiken. Doordat interoperabiliteit tussen netwerken wordt gewaarborgd, wordt de in het kader van een geliberaliseerde markt wenselijke concurrentie tussen aanbieders van netwerken en aanbieders van diensten mogelijk. Bij bijzondere toegang is niet noodzakelijkerwijs sprake van de koppeling
van netwerken; veeleer betreft het de toegang van een aanbieder op het
netwerk van een ander op specifiek netwerkaansluitpunten voor het aanbieden
van bepaalde diensten. Aanmerkelijke macht op de markt In een aantal onderdelen van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie
wordt bepaald dat verplichtingen van toepassing zijn op marktpartijen
die over een aanmerkelijke macht op de markt beschikken. De partij die 30% marktaandeel op de relevante product- of dienstenmarkt heeft, wordt aangemerkt als partij met aanmerkelijke marktmacht. Bij het aanwijzen van de partij met een aanmerkelijke marktmacht moet rekening gehouden worden met:
Voor aanbieders met een aanmerkelijke marktmacht gelden extra verplichtingen met name op het gebied van de interconnectie en de open netwerk voorzieningen. Deze extra verplichtingen brengen met zich mee dat de partij met een aanmerkelijke marktmacht op basis van non-discriminatie, transparantie en kostenoriëntatie zijn interconnectietarieven aanbiedt aan de andere netwerkaanbieders. Open netwerk voorzieningen- verplichtingen, telefonie en huurlijnen Het concept van de ONV, is erop gericht om de asymmetrische verhouding tussen de verschillende aanbieders te corrigeren (dit als gevolg van de monopolistische situatie die lange tijd heeft bestaan). Met de ONV wordt bovendien de harmonisatie van de voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van de openbare telecommunicatienetwerken en -diensten nagestreefd. De ONV-verplichtingen hebben in ieder geval betrekking hebben op:
Maatschappelijke belangen In een telecommunicatiemarkt die in vergaande mate geliberaliseerd is en waarin op alle onderdelen concurrentie kan ontstaan, is het van belang om regels te stellen op grond waarvan een aantal aspecten van algemeen maatschappelijk belang zeker wordt gesteld. Deze aspecten betreffen: 1. de universele dienstverlening De genoemde onderwerpen zijn terug te vinden in de hoofdstukken 9,11,12 en 13 van de ontwerp-landsverordening telecommunicatie. Universele dienstverlening. Het pakket van de universele dienstverlening omvat de volgende diensten en voorzieningen:
Ter compensatie van de nettokosten verbonden aan de invulling van een opdracht tot universele dienstverlening zijn alle aanbieders van diensten naar rato van hun omzet een bijdrage verschuldigd. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke
levenssfeer. Teneinde te bewerkstelligen dat abonnees en gebruikers van telecommunicatienetwerken
en -diensten in ieder geval steeds op een bescherming van de persoonlijke
levenssfeer en van persoonsgegevens aanspraak kunnen maken, wordt een
algemene zorgplicht gelegd op de aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken
en openbare telecommunicatiediensten.
Geschillenbeslechting Een laatste aspect van maatschappelijk belang betreft de specifieke vereisten
vanuit de staatsveiligheid en de openbare orde.
Het gaat om de noodzaak voor de bevoegde autoriteiten om te kunnen blijven
beschikken over de mogelijkheid om telecommunicatievoorzieningen af te
kunnen tappen in het kader van bestrijding van de criminaliteit en bescherming
van de staatsveiligheid. Ook in de geliberaliseerde telecommunicatiemarkt
moet het bevoegd aftappen als middel van opsporing veilig worden gesteld.
Het centrale uitgangspunt is daarbij dat alle telecommunicatienetwerken
en -diensten, welke bestemd en toegankelijk zijn voor het algemene publiek
vanaf het moment van introductie aftapbaar zijn. In het belang van de
staatsveiligheid of handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde is de
aftapverplichting van overeenkomstige toepassing op aanbieders van niet-openbare
telecommunicatienetwerken en diensten of aanbieders van huurlijnen indien
deze feitelijke openstaat voor derden. Overige onderwerpen Randapparatuur, radiozendapparatuur en overige apparaten In hoofdstuk 10 zijn de algemene regels gesteld ten aanzien van randapparatuur,
radiozendapparatuur en overige apparaten moeten voldoen, zulks ter voorkoming
van storingen en ter verzekering dat de verschillende (rand)apparaten
kunnen worden aangesloten op de in de Nederlandse Antillen aanwezige netwerken. Vergoedingen Het stelsel van vergoedingen zoals dat was geregeld bij en krachtens de Ltv wordt in de onderhavige ontwerp-landsverordening zoveel mogelijk, rekening houdende met de gewijzigde uitgangspunten van dit ontwerp, gecontinueerd. Toezicht De bevoegdheden tot toezicht op de naleving van de diverse bepalingen
in de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zijn goeddeels geheel
aan de Minister van V&V toebedeeld. De Minister wordt bij de uitvoering
van de werkzaamheden ondersteund door het Bureau Telecommunicatie en Post. Handhaving Voor het optimaal functioneren van de telecommunicatiesector in de Nederlandse
Antillen is een doeltreffende handhaving van de desbetreffende wetgeving
van cruciaal belang. Onder handhaving wordt in dit verband verstaan het
door controle en het toepassen van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke
middelen bereiken dat de algemeen en individueel geldende rechtsregels
en voorschriften worden nageleefd.
Naast de bestuurlijke rechtshandhaving kent de ontwerp-landsverordening telecommunicatie de strafrechtelijke vervolging. Tot slot Dames en heren, ik rond af met te constateren dat de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen niet geschikt zijn om het huidige telecommunicatiebeleid van de Regering dat gericht is op de liberalisatie van de telecommunicatiemarkt te reguleren. Hetgeen opvalt is dat in de afgelopen drie jaar het aantal gerechtelijke procedures in de telecommunicatiesector is toegenomen o.a. als gevolg van het feit dat partijen (de overheid en concessiehouders) ieder een eigen interpretatie geven aan de huidige telecommunicatiewetgeving en de wetgeving onvoldoende wettelijke grondslag biedt om te komen met passende richtlijnen ter regulering van de markt. Naar mijn mening is de telecommunicatiemarkt op de Nederlandse Antillen er gebaat bij dat de ontwerp-landsverordening telecommunicatie zo spoedig mogelijk inwerking treedt. De ontwerp-landsverordening telecommunicatie voorziet in:
|
|